Als een tengere monnik loopt ze voor me uit. Haar korte witte haar en omgeslagen tas steken af tegen het  zwart van haar jogging pak. Hoog torenen de groengebladerde bomen aan weerszijden van haar. Aan het einde van de, met roestbruine bladeren bezaaide, laan wandelt ze rechtsaf, ik neem  de bocht naar links.

Begin deze week liepen we elkaar toevallig tegemoet We groeten en een klein gesprek ontvouwt zich.’ Bent u al bezig met uw tweede rondje’, vraag ik. Ze vertelt  dat ze vorig jaar een nieuwe heup heeft gekregen en daarom dagelijks 5 kilometer wil lopen. Ik knik en zeg: ‘Ja, dat heeft u me vorig jaar verteld’. Ze kijkt me even aan en zegt:’Oh, was dat tegen u? . Ik heb u een tijd niet gezien. U ziet er nu anders uit’. (Wat zou ze bedoelen?)

Ik kijk omlaag naar mijn jas. Ach ja, grijzig. ‘Vandaag vind ik het fris en daarom heb ik mijn grijze jas aan gedaan’, antwoord ik.. ‘Eigenlijk draag ik liever meer kleur. Vorig jaar droeg ik vast mijn okergele jas. Ik houd van kleur’.  Ze glimlacht en zegt, ‘Ja dat zie ik aan uw sjaal’. Een seconde lang weet ik niet welke sjaal ik om mijn nek heb geslagen. Het is de fuchiarose. Ik kijk naar haar. Een tengere gestalte in het zwart. Ze houdt haar, in sokken gestopte,  handen voor haar borst gevouwen.(Als een eekhoorntje)  We knikken elkaar gedag en vervolgen elk ons weegs. Ik loop de tweede helft van mijn rondje  en zij draait nog een extra rondje. Is het niet saai, meerdere dezelfde rondjes? Welnee.

Meer tekeningen zijn te zien bij portfolio en op mijn instagram account @ellenfaberart

Meer ‘over mij’ is te lezen bij de menuknop Ellen Faber

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.