poppenkast met politie

‘Leg dat mes weg’, klinkt er door de stationshal. Verbaasd kijken A. en ik elkaar aan. Een grijze stationshal op een druilerige middag is de setting waar onze ontmoeting plaatsvindt. Met mondkapjes voor voeren we een gesprek. Zojuist heb ik mijn in plastic verpakte tekenmap met inkttekeningen overhandigd.   Het  zakje met door mij gebakken brownies zit al veilig in zijn jaszak. We praten na over de online samenwerking, een verhaal waaraan door 22 mensen gewerkt is. Alle tekeningen moeten ingescand worden om er een digitaal boek bestand van te kunnen maken.

Het opgetekende graphic novel verhaal bevat vele wendingen en zijplots. Op dit moment in de stationshal lijkt het net of onze werkelijkheid die van  het GNW verhaal kruist en wij in het bizarre poppenkast verhaal beland zijn. 

Om mijn as draaiend zoek ik de hal af in de richting van waar het bevel klonk. Ik zie in de hoek waar ik even hiervoor door het raam tuurde, een man op een bank zitten. Aan beide zijden buigt een politieagent zich naar hem toe. ‘Armen opzij!’ Ze draaien zijn handen achter de rug en binden hem vast. Tussen hun in wordt de man afgevoerd. A. en ik staan nog steeds middenin de hal. Wat is dit? Het voelt zo onwerkelijk, gebeurt dit echt? De geboeide man botst bijna tegen mij aan, alsof ik daar niet werkelijk sta. Als zij voorbij zijn, zie  ik nog eens 3 politieagenten bij de bank in de hoek, als uit het niets opgedoken. Zo te zien vinden ze geen aanstootgevend materiaal en verdwijnen ze uit zicht.


Dan wijst A. me op het vertrektijdenbord. Het is tijd voor de trein terug. Enigszins verdwaasd, groet ik hem en loop de trap af en daarna de volgende trap op naar het perron. Met lege handen maar een ervaring rijker, reis ik huiswaarts.


Ellen Faber
Meer blogs: www.taalvanmijnhart.nl/blog
Meer Tekeningen: www.instagram.com/ellenfaberart

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.